Queer Utopia en Landschap Regulatie: Cruisen en Controle in Amsterdam
Follow the link to read this post in English.
Op een zonnige middag in de bossen van de Oeverlanden, een natuurgebied op slechts vijftien minuten van het centrum van Amsterdam, zijn honderden naakte mannen te vinden in de bebossing van het park. Sinds de jaren tachtig staan de Oeverlanden bekend als een van de populairste cruisegebieden voor seksuele ontmoetingen tussen mannen in Nederland. Met de afgelegen paden, natuurlijke beschutting en toegankelijkheid vanuit de stad en vanaf de snelweg biedt het park al lange tijd een vruchtbare omgeving voor (seksuele) gemeenschap.
Figuur 1. Entreebord Park Oeverlanden de Nieuwe Meer, Amsterdam, 2025. Foto door Jasper Martens.
Wat de Oeverlanden uniek maakt, is dat cruisen hier, ondanks het feit dat openbare seks in Nederland illegaal is, wordt gedoogd door de gemeente. Bij de ingang van het park treffen bezoekers een groot houten bord met een plattegrond aan, waarop een deel van het park is gemarkeerd met een regenboogvlag en aangeduid als cruisegebied (fig. 1 en 2). Deze publieke aanduiding komt op meerdere plekken in het park voor en erkent de praktijk, terwijl zij deze tegelijkertijd afbakent: seksuele ontmoetingen zijn uitsluitend binnen deze zone toegestaan.
Hoewel de locatie al decennialang wordt gebruikt voor cruisen, is er de afgelopen jaren een toename te zien van andere vormen van recreatie. Mensen zwemmen in het nabijgelegen meer en gezinnen fietsen naar het park om van de zon te genieten. Deze uiteenlopende vormen van recreatie brengen verschillende verwachtingen en doelgroepen met zich mee. In de afgelopen jaren heeft deze groeiende diversiteit ertoe geleid dat de gemeente steeds vaker ingrijpt, met als doel cruisen te reguleren, te controleren en te begrenzen.
Figuur 2. Detail Entreebord Park Oeverlanden de Nieuwe Meer, Amsterdam, 2025. Foto door Jasper Martens.
De eerste maatregelen begonnen al meer dan twintig jaar geleden. In 2004 plaatste de gemeente een kudde Schotse Hooglanders in het cruisegebied (fig. 3). Deze koeien hadden het doel cruisen minder aantrekkelijk te maken. Later werden ook de borden toegevoegd. Hoewel de borden op het eerste gezicht vriendelijk of zelfs tolerant kunnen lijken, ondermijnen zij de anonimiteit waarop cruising is gebaseerd. Niet voor niets zijn cruisegebieden doorgaans ongemarkeerde, hergebruikte publieke ruimtes die gedeeltelijke privacy bieden en tegelijkertijd gemakkelijk toegankelijk zijn, zoals parkeerterreinen, bossen of openbare toiletten. Deze plekken worden vaak op verschillende momenten van de dag en/of door verschillende groepen mensen gebruikt, waardoor cruisers kunnen opgaan in de omgeving zonder expliciet herkenbaar te zijn als cruiser.
Door een cruisegebied expliciet te markeren, zoals de borden doen, wordt ook de cruiser gemarkeerd. Op het moment dat iemand een aangewezen cruisegebied betreedt, loopt diegene het risico niet langer als parkbezoeker te worden gezien, maar juist als cruiser. De bewegwijzering informeert dus niet alleen, maar functioneert ook als waarschuwing en als mechanisme van zichtbaarheid (fig. 4).
Figuur 3. Schotse Hooglander in Cruisegebied, 2025. Foto door Jasper Martens.
Figuur 4. Markeringen Cruisegebied, Amsterdam, 2025. Foto door Jasper Martens.
Dit is problematisch omdat cruisen niet draait om het publiekelijk uitdragen van een seksuele identiteit, maar om vluchtige seksuele ontmoetingen, veelal door mensen die niet openlijk als LHBTQIA+ leven. Een van de meest effectieve manieren om deze gebruikers te reguleren is hen zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door het terugdringen van begroeiing, en dus privacy, of door intensiever toezicht. Zoals Maartje Bulkens aantoont, worden cruisers hierdoor regelmatig het doelwit van confrontaties met politie, overheidsinstanties of voorbijgangers. Dergelijke interventies versterken ideeën van cruisen als onnatuurlijk gedrag of fout. Waar zichtbaarheid binnen bredere LHBTQIA+-politiek vaak wordt geassocieerd met emancipatie (Silence = Death), werkt zichtbaarheid in de context van cruisen niet bevrijdend, maar juist regulerend.
Recentelijk heeft de gemeente een nieuw ontwikkelingsplan voor de Oeverlanden gepresenteerd dat de doelstelling heeft om in 2040 uitgevoerd te zijn. Hoewel cruisen nog steeds wordt gedoogd, wordt de praktijk in dit plan verder gereguleerd, verhuld als maatregelen voor veiligheid en toegankelijkheid. Organisaties die zich inzetten voor het behoud van cruising zijn betrokken bij het ontwikkelingsplan en in de introductie wordt de cruise geschiedenis beschreven als “historisch belangrijk”. Enkel wordt in de rest van het plan cruisen bestempeld als problematisch en een praktijk die gecontroleerd moet worden, onder meer door middel van cameratoezicht en regelmatige politiecontrole. Daarnaast stelt de gemeente ingrijpende ruimtelijke veranderingen voor: het aangewezen cruisegebied wordt verkleind en verplaatst naar het westen, naar een open terrein dat wordt begrensd door fiets- en wandelpaden.
Deze nieuwe locatie is nauwelijks geschikt. Zoals David Levi Benjamin beschrijft, ontvouwt cruising in de Oeverlanden zich in verschillende fasen en zones. Ontmoetingen beginnen doorgaans met oogcontact, flirten en subtiele lichaamssignalen, waarna de ene persoon de andere discreet volgt naar een meer afgelegen plek voor de uiteindelijke seksuele ontmoeting. Deze verschillende fases vinden plaats verspreid door het gebied in specifieke zones die cruisers de mogelijkheid geven om tempo, intimiteit en anonimiteit zelf te bepalen. In de Oeverlanden heeft dit menselijke ballet een uniek landschap gevormd: een labyrint van paden door het dichte struikgewas (fig. 5).
Figuur 5. Labyrint van Paden in Cruisegebied in Park Oeverlanden de Nieuwe Meer, Amsterdam, 2025. Foto door Jasper Martens.
De nieuwe plannen van de gemeente maken deze stappen en zones niet mogelijk. In plaats van discretie te behouden of veilige ontmoetingen mogelijk te maken, lijkt het plan erop gericht cruisers uit het publieke zicht te verwijderen. Er wordt gesproken over het afbakenen van het gebied, waarvoor aanzienlijke budgetten zijn gereserveerd, maar er is nauwelijks sprake van privacy. Dit roept eerder het beeld op van een omheind terrein, vergelijkbaar met een schoolplein. Of een hondenuitlaatveld. Zichtbaarheid vormt binnen deze nieuwe afbakening bovendien een groot probleem: een cruiser in een open veld, zelfs wanneer hij alleen zichtbaar is voor andere cruisers, wordt beroofd van de beschermende anonimiteit die de praktijk kenmerkt.
En zo blijkt, ondanks herhaalde beweringen van de gemeente dat zij (nog steeds) cruiser-vriendelijk is, uit de plannen voor de Oeverlanden een ander verhaal, een verhaal dat eerder wordt gekenmerkt door interventies en controle in plaats van erotische autonomie. Het proces van ruimtelijke inperking die hier wordt opgelegd, weerspiegelt Michel Foucaults theorie van disciplinerende macht, waarin zichtbaarheid fungeert als een instrument van controle.
Oscar Wilde schreef dat “a map of the world that does not include Utopia is not even worth glancing at.” Voor Wilde en later voor de schrijver José Esteban Muñoz in Cruising Utopia gaat cartografie niet enkel over representatie, maar ook over politiek en fantasie. Muñoz bouwt voort op Wildes citaat en schrijft “queer world-making hinges on the possibility to map a world where one is allowed to cast pictures of utopia and to include such pictures in any map of the social.” In deze formulering is cartografie een middel van regulatie maar ook een middel van speculatieve potentie. Dankzij cartografie kunnen alternatieven toekomstbeelden, vormen van sociaal contact en gemeenschap verbeeld worden.
Is in Wildes termen het cruisegebied in de Oeverlanden, gemarkeerd op de parkplattegrond, een utopie? Zeker niet in een volmaakte of geïdealiseerde zin. Maar in Muñoz’ termen kan zij wel worden gelezen als een queer utopie: een vluchtige en kwetsbare wereld, mogelijk gemaakt door gemeenschap, verlangen, en herkenning. Het regenboogkleurige gebied op de kaart wordt zo een paradox: tegelijkertijd een overheidsregulering én wat Muñoz een “critical spot” noemt, een ruimte die zich verzet tegen uitwissing. Zoals Muñoz benadrukt: “without this critical spot on the map, we ourselves become the pained and imprisoned subjects in the fast-moving [straight time].” In dit licht markeert het cruisegebied niet enkel een afgebakend gebied, maar een onderbreking in de heteronormatieve ruimte. Het is zowel een zone van blootstelling als een kenmerk van utopische mogelijkheden.
Hoewel deze vorm van cartografie omstreden blijft, kan deze worden gelezen als een vorm van controle, maar ook als een erkenning van volharding. Het biedt queer personen een plek die ruimte biedt voor het verbeelden van een utopische toekomst. Het park introduceert een vorm van queerness die niet stabiel is maar een manier van oriënteren op een toekomst die mogelijk blijft, ook wanneer zij nog niet volledig te omvatten is.
Hoewel ik aarzel om cruisen als queer te bestempelen, is het onmiskenbaar ruimtelijk en vluchtig van aard. Het gemeentelijke plan om het cruisegebied te verplaatsen naar een omheind open veld toont aan dat de prioriteit ligt bij het verwijderen van cruisers uit het publieke zicht. Wat wordt gepresenteerd als accommodatie, blijkt een poging tot het creëren van een ruimte waarin queer lichamen worden geobserveerd, afgebakend en gecontroleerd.
In die zin onderwerpt het ontwikkelingsplan autonomie aan regulering. En toch blijft ook deze nieuwe zone, hoe beperkt ook, een ruimte van mogelijkheid. Niet omdat zij een utopisch beeld biedt, maar omdat deze blijft aandringen op een andere manier van ruimte innemen.
Citation
Jasper Martens, “Queer Utopia en Landschap Regulatie: Cruisen en Controle in Amsterdam,” PLATFORM, Feb. 16, 2026.


